Gepubliceerd op: 11 november 2013

Dividenduitkering van invloed op hoogte ontbindingsvergoeding

Ondanks hoopvolle berichten over het herstel van de economie, zien werkgevers zich nog steeds genoodzaakt te snijden in hun personeelsbestand om zodoende kosten te besparen. Maar hoe leg je aan een ontslagen werknemer uit dat er geen geld is voor een ontbindingsvergoeding, terwijl de vennootschap in het recente verleden een aanzienlijke dividend uitkering deed aan haar aandeelhouders? Niet, meent de rechter.

Kredietcrisis reden voor ontslag
Een werkgever in de bouwsector ziet zich genoodzaakt voor 15 werknemers ontslag aan te vragen. Als reden voert hij aan dat de kredietcrisis de afgelopen jaren een zeer negatieve invloed heeft gehad en dat er per direct in de kosten moet worden gesneden. Omdat de betreffende werknemer ziek is dient de werkgever een ontbindingsverzoek in bij de rechtbank. De rechter is van oordeel dat de werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de omzet en bedrijfsresultaten sinds 2011 zodanig slecht zijn, dat ingrijpen in de bedrijfsvoering noodzakelijk is. De beslissing om de functie van de werknemer te laten vervallen, is niet onredelijk. De conclusie is dan ook dat niet is gebleken dat het verzoek verband houdt met een opzegverbod (dus niet wegens ziekte) en dat ontbinding gerechtvaardigd is.
Habe wenig, habe nichts
Uitgangspunt is dat een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden geheel in de risicosfeer van de werkgever ligt en dat een ‘neutrale’ ontbindingsvergoeding dan in de rede ligt. De werkgever heeft echter aangetoond dat een neutrale vergoeding voor alle 15 werknemers waarschijnlijk zou leiden tot een faillissement. In dat geval kan een werkgever beroep doen op het zogenaamde habe wenig, habe nichts verweer waarbij geen ruimte is voor toekenning van een ontbindingsvergoeding.
Dividend uitkering
Daartegenover staat echter dat de werkgever de slechte liquiditeitspositie en het negatieve eigen vermogen deels aan zichzelf heeft te wijten door een dividend uitkering van EUR 700.000 in 2010. In deze periode, zo stelt de rechter, hadden de problemen in de bouw zich al ruimschoots geopenbaard. Door geen financiële regeling te treffen voor de werknemers die worden ontslagen, maar wél een aanzienlijke dividenduitkering aan de aandeelhouder te betalen, heeft de werkgever niet als een goed werkgever gehandeld. Als de werkgever deze nodeloze uitgaven niet had gedaan, maar een voorziening had getroffen, had hij in staat moeten worden geacht een vergoeding te betalen. De rechter stelt vervolgens een vergoeding aan de werknemer vast op basis van een C-factor van 0,5.
De rechter heeft in deze procedure dus drie jaar teruggekeken en geconstateerd dat een dividend uitkering van EUR 700.000 er aan in de weg staat, om nu te stellen dat er geen geld meer is om een ontbindingsvergoeding te betalen. Bij dividend besluiten is het daarom zaak hier rekening mee te houden.
Heeft u nog vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Fruytier Lawyers in Business.
Myrddin van Westendorp
Myrddin van Westendorp

Artikelen door Myrddin van Westendorp

Stuur ons een bericht

Voor verdere vragen kunt u het formulier hieronder gebruiken. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.