Gepubliceerd op: 10 oktober 2011

Ontslag vergoeding bij kort dienstverband

Indien de kantonrechter bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst een ontbindingsvergoeding toekent aan de werknemer, hanteert hij hiervoor de zogenaamde ‘kantonrechtersformule’. Om ervoor te zorgen dat alle 52 kantonsectoren een uniforme methode hanteren – en daarmee rechtszekerheid bieden aan de rechtszoekende – heeft de Kring van Kantonrechters landelijke aanbevelingen opgesteld waarin de kantonrechtersformule is uitgewerkt.

De formule luidt A x B x C, waarbij A staat voor het gewogen aantal dienstjaren, B voor de beloning en C voor de correctiefactor. Factor A (aantal gewogen dienstjaren) wordt berekend aan de hand van de dienstjaren, waarbij de leeftijd van de werknemer relevant is. Het aantal dienstjaren tot het bereiken van de leeftijd van 35 jaar telt namelijk voor 0,5, het aantal tussen 35 en 45 telt voor 1, tussen 45 en 55 voor 1,5 en tot slot tellen de jaren vanaf de leeftijd van 55 jaar voor 2. De factor gaat daarmee uit van het beginsel dat trouwe werknemers billijkheidshalve een hogere ontbindingsvergoeding toekomt.

Dat heeft ook tot gevolg dat werknemers met een kort dienstverband worden geconfronteerd met een lage vergoeding. Stel, de werkgever wil een arbeidsovereenkomst met een werknemer van 33 jaar na een jaar beëindigen. De Kantonrechtsformule schrijft dan een vergoeding voor van 0,5 maandsalaris indien de correctiefactor (factor C) neutraal op 1 wordt gesteld. Dit kan onbillijk zijn.
In de praktijk zie je dan ook dat kantonrechters in dergelijke situatie gebruikmaken van hun bevoegdheid om af te wijken van de kantonrechtsformule en zelf een billijke vergoeding aan de werknemer toekennen. Zo ook de Kantonrechter Haarlem die in een recente beschikking een ontbindingsvergoeding toekende aan de werknemer van EUR 75.000 na 1 jaar dienstverband.
De 46-jarige werknemer was op 3 mei 2010 in dienst getreden bij zijn werkgever als Marketing Manager. In december 2010 heeft werknemer op verzoek van werkgever zelf een beoordelingsformulier ingevuld waarbij hij zijn functioneren met ‘goed’ beoordeelde. In het daarop volgende functioneringsgesprek in februari 2011, werd werknemer door werkgever geconfronteerd met klachten van collega’s over zijn optreden. Vervolgens heeft werkgever werknemer per 1 maart 2011 direct vrijgesteld van werkzaamheden en een procedure aanhangig gemaakt voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Als grondslag daarvoor stelde werkgever het onvoldoende functioneren van werknemer.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet kon volstaan met het eenmalig uiten van kritiek op het functioneren van werknemer om vervolgens over te gaan op ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werkgever viel dus een verwijt te maken. Vervolgens ziet de kantonrechter aanleiding om af te wijken van de kantonrechtersformule nu deze gelet op het korte dienstverband zou leiden tot een onredelijk lage uitkomst. Alle omstandigheden meewegend, achtte de kantonrechter een vergoeding van EUR 75.000 redelijk.
Kortom, ondanks dat de kantonrechtersformule in beginsel als leidend wordt gehanteerd is het altijd oppassen indien een werkgever de ontbinding vordert van een dienstverband welke recentelijk is aangegaan.
Myrddin van Westendorp
Myrddin van Westendorp

Artikelen door Myrddin van Westendorp

Stuur ons een bericht

Voor verdere vragen kunt u het formulier hieronder gebruiken. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.