Gepubliceerd op: 5 februari 2019

Geïnvesteerd in, of afgelost voor, het huis van uw ex-partner?

Verdeling na scheiding

Volgens het CBS eindigt bijna 40 procent van alle huwelijken in Nederland in een scheiding. Het is daarom erg belangrijk voor het goed functioneren van de maatschappij dat de gevolgen van een scheiding vermogensrechtelijk goed geregeld zijn.

Het verrekenbeding

Een van de meest voorkomende onderdelen van de huwelijkse voorwaarden zijn de zogeheten verrekenbedingen. Een verrekenbeding kan er bijvoorbeeld op zien dat de partner die de meeste zorg draagt voor het huishouden daar niet alleen de financiële gevolgen voor moet dragen. Ook worden vaak uitgaven en investeringen voor gemeenschappelijk nut periodiek verrekend.
Verrekenbedingen kunnen finaal zijn, waarbij alleen verrekening aan het einde van de relatie plaatsvindt, of ze kunnen periodiek worden afgesproken, bijvoorbeeld verrekening aan het einde van ieder kalenderjaar. Het blijkt echter in de praktijk dat verrekenbedingen niet goed worden nageleefd. Als het goed gaat in de relatie wordt de noodzaak om te verrekenen niet gevoeld en bovendien is een jaarlijkse financiële verrekening zeker niet het toppunt van romantiek. Dit zorgt ervoor dat het op een juiste manier verrekenen aan het einde van de relatie een complexe aangelegenheid is.

Waardestijging van het gemeenschappelijk woonhuis

Want hoe zit het eigenlijk als u woonde en ook samen investeerde in, of samen afloste op, de hypotheek van het huis dat op naam staat van uw partner en u dat niet staande de relatie heeft verrekend? Vanaf welk moment deelt u dan mee in de waardestijgingen van het huis? Moet de rechter de huwelijkse periode in stukjes opknippen en de gemeenschappelijk gedane investeringen eerst laten meelopen vanaf het moment dat ze gedaan zijn? Fruytier Lawyers in Business procedeert thans tot aan de Hoge Raad om antwoord te krijgen op deze vraag.

Verrekening over het geheel

De Hoge Raad heeft tot op heden als antwoord op deze vraag aangegeven dat het voor de verrekening van de gemeenschappelijk gedane aflossingen niet uit maakt wanneer die is gedaan. Er moet dus worden verrekend rekening houdend met de waardestijgingen van de woning over de gehele periode van de relatie, of eigenlijk de zogenaamde verrekenperiode. De Hoge Raad heeft hiervoor de volgende regel aangenomen: de niet bezittende partner heeft recht op de helft van de waarde van de aflossingen en of investeringen, gedeeld door de waarde van de woning bij aanvang van het huwelijk vermenigvuldigd met de waarde van de woning op de peildatum aan het einde van de relatie. Hieronder is dezelfde verrekenregel weergegeven als een handige formule.

Gaat het om investeringen in de woning, zoals een verbouwing, dan wordt het ingewikkelder aangezien er dan moet er rekening worden gehouden met de hoogte van de investering en in hoeverre deze investering de waarde heeft verhoogd. Op basis van een arrest van de Hoge Raad wordt hiervoor meestal de volgende formule gehanteerd:

Nog ingewikkelder wordt het indien er meerdere verbouwingen hebben plaatsgevonden en er tevens is afgelost op de hypotheekschuld.

Zoals vermeld procedeert Fruytier Lawyers in Business thans tot aan de Hoge Raad om antwoord te krijgen op de vraag hoe er in zo’n situatie verrekend moet worden.
Gaat u scheiden en heeft u ook vragen over waar u precies recht op heeft? Dan bent u bij Fruytier Lawyers in Business aan het juiste adres. Eén van onze specialisten helpt u graag verder.

Marcel Fruytier
Marcel Fruytier

Artikelen door Marcel Fruytier

Stuur ons een bericht

Voor verdere vragen kunt u het formulier hieronder gebruiken. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.