Gepubliceerd op: 6 juni 2017

Concurrent schuldeisers, zoals de concurrent obligatiehouders, zijn gespaard gebleven bij de bail-in Banco Popular

Met het uitbreken van de financiële crisis in 2008 werd duidelijk dat de op dat moment beschikbare regelgeving tekort schoot waardoor het moeilijk was een bank overeind te houden dan wel gecontroleerd af te wikkelen zonder dat de financiële stabiliteit geschaad zou raken. Banken in moeilijkheden werden door de Staat gered door middel van financiële steun en of nationalisatie van de bank zoals in 2013 SNS Reaal. Hierdoor werden de schulden van een bank de schulden van de staat, beter bekend als de bail-out, waar de belastingbetaler voor opdraaide.

Bankenunie

Een van de belangrijkste ontwikkeling op het gebied van Europees financieel toezichtrecht is de oprichting van de Bankenunie geweest. Het doel van de bankenunie is om op Europees niveau, door middel van geharmoniseerde Europese toezichtregelgeving, toezicht te houden op de ‘significant institutions’; dit zijn in ieder geval de drie grootste banken van iedere lidstaat. Met de oprichting van de bankenunie zijn de strengere kwalitatieve en kwantitatieve kapitaalseisen van het Bazels kapitaal en liquiditeitsakkoord 2010 (hierna: Bazel III) omgezet in de Verordening Kapitaalvereisten, Capital Requirements Regulation (hierna: CRR) en in de Richtlijn Kapitaalvereisten, Capital Requirements Directive (hierna: CRD IV) zodat banken beter in staat moeten zijn hun verliezen zelf op te vangen.

Bail-in

Daarnaast is met de oprichting van de bankenunie de bail-in uit de Bank Recovery and Resolution Directive (hierna: BRRD richtlijn) tot stand gekomen die het mogelijk maakt dat wanneer een bank ondanks de strengere kapitaalseisen onverhoopt toch in de problemen komt, gecontroleerd afgewikkeld kan worden zonder daarbij de financiële stabiliteit in gevaar te brengen, dan wel dat een bank geherkapitaliseerd wordt. De bail-in heeft als doelstelling dat het niet langer de Staat (en dus de belastingbetaler) is die voor de verliezen van een bank opdraait, maar dat deze verliezen door de aandeelhouders, achtergestelde en concurrente schuldeisers wordt gedragen.

De casus van Banco Popular

Bij Banco Popular zijn het de aandeelhouders en de achtergestelde schuldeisers die voor de verliezen opdraaien en zijn de concurrent schuldeisers in zoverre gespaard gebleven dat zij hun vordering slechts omgezet zagen in aandelen maar niet werden afgeschreven. De bail-in biedt echter ook in een going concern situatie zoals bij Banco Popular het geval is, de mogelijkheid om ook op de concurrent schuldeisers zoals de concurrent obligatiehouder af te schrijven. Het is dan ook belangrijk dat concurrent schuldeisers, zoals onder andere de concurrent obligatiehouders van Europese banken zich realiseren dat met de komst van de bail-in ook zij op hun vordering kunnen worden afgeschreven wanneer de betreffende bank ‘failing or likely to fail’ is, ook wel bekend als het ‘point of non viability’ bereikt is. Hiervan is sprake wanneer de betreffende bank niet meer over voldoende kapitaal beschikt, de bezittingen kleiner zijn dan de schulden, niet meer aan de verplichtingen kunnen worden voldaan of wanneer de bank staatssteun ontvangt anders dan liquiditeit.

Mocht u naar aanleiding van dit artikel vragen hebben dan kunt u graag contact opnemen met een van onze specialisten.

Femke Rientsma
Femke Rientsma

Artikelen door Femke Rientsma

Stuur ons een bericht

Voor verdere vragen kunt u het formulier hieronder gebruiken. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.