Gepubliceerd op: 4 mei 2022

Bestuurdersaansprakelijkheid ongeacht de verwachting van baten

Achter een onderneming zitten vaak enorm gedreven en gepassioneerde bestuurders. Zij hopen vaak een grote speler te worden in de markt. De keerzijde is dat veel ondernemingen het echter niet voor een lange tijd volhouden om winstgevend te zijn. Wanneer het steeds bergafwaarts gaat, kan het bestuur ervoor kiezen om de onderneming te liquideren. De bestuurders zullen dan voor zover mogelijk de schulden afhandelen en de overgebleven baten verdelen. Conform artikel 2:19 lid 6 BW houdt de onderneming daarna op te bestaan.

Nu willen bestuurders vanzelfsprekend vaak alles uit de kast halen om de onderneming niet te hoeven liquideren en ligt de hoop op financiële meevallers. Hoe zit het dan als een bestuurder een aanzienlijke bate zal verkrijgen, terwijl hij weet dat de onderneming het financieel onweer verkeert? Kan een bestuurder toch doorgaan met het drijven van een onderneming of dient hij terughoudend te handelen, aangezien de onderneming het financieel reeds zwaar heeft? De rechtbank Overijssel heeft hier recent uitspraak over gedaan.

Feiten

In deze zaak ging het om Puur Interieur B.V. (“Puur Interieur”) en diens enig aandeelhouder en bestuurder Puur B.V. (“Puur”). Puur Interieur hield zich bezig met de advisering en realisatie van verbouwingen. Voor Puur Interieur heeft eiseres in deze zaak tussen maart 2017 en april 2018 meerdere installatiewerkzaamheden verricht. De betaling van de facturen voor deze installatiewerkzaamheden bleven echter uit. Eiseres heeft dan ook na langdurig uitblijven van betalingen de werkzaamheden opgeschort totdat er een betaling binnen zou komen. Puur heeft meermaals, als bestuurder van Puur Interieur, aan eiseres medegedeeld dat de facturen later betaald zouden worden. Zo meldde Puur Interieur bijvoorbeeld dat betalingen zouden volgen als zij een aantal klussen afgerond zou hebben.

Puur Interieur heeft op 25 oktober 2017 in een ander geschil met Phardayso B.V. een bedrag toegewezen gekregen van € 71.887,47. Een aanzienlijk bedrag dus. Eiseres heeft, afgaande op deze mededelingen, wel weer werkzaamheden verricht. Hiermee zou Puur Interieur namelijk de facturen aan eiseres kunnen voldoen. 15 januari 2018 mailt Puur Interieur eiseres met een betalingsvoorstel. Toch heeft Puur Interieur zich niet gehouden aan dit betalingsvoorstel en bleven de betalingen uit. Op 5 juli 2018 is Phardayso B.V. failliet verklaard. Het zicht op betaling van € 71.887,47 is toen als sneeuw voor de zon verdwenen. Per 1 november is Puur Interieur met ingang van 29 oktober 2018 uitgeschreven uit het Handelsregister. Dit komt omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren. Puur Interieur is per dan ook per 29 oktober 2018 opgehouden te bestaan.

Juridisch kader

Eiseres stelt Puur aansprakelijk en vordert van Puur betaling van de openstaande facturen.
De rechtbank dient daartoe te onderzoeken of de bestuurder dusdanig heeft gehandeld en of een persoonlijk ernstig verwijt van toepassing is. Hiervan is sprake wanneer de bestuurder weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de gedraging van de vennootschap die hij heeft begaan of toegestaan, hem niet in staat zal stellen zijn verplichtingen na te komen en geen verhaal zal geven voor de daardoor ontstane schade.

Oordeel

De rechtbank heeft geoordeeld dat Puur wél wist of redelijkerwijs begreep dat Puur Interieur niet aan haar betalingsverplichtingen kon voldoen. Dit komt omdat de algemene financiële situatie van Puur Interieur al begin 2018 bijzonder slecht was. Dat Puur Interieur een bedrag van €71.887,47 toegewezen is en dit bedrag hoger is dan de vordering van eiseres doet hier niet aan af. Door eiseres meer werkzaamheden te laten uitvoeren, terwijl hij had moeten weten dat dit mogelijk onbetaald zou blijven heeft de bestuurder heeft dus persoonlijk verwijtbaar gehandeld jegens de eiseres.

Conclusie

De bestuurder van een onderneming waarvan de financiële situatie op voorhand al bijzonder slecht is, kan niet volstaan met een verweer dat er gerekend werd op een toegekend bedrag dat deze schuld overstijgt. Een bestuurder dient wanneer het dusdanig financieel slecht gaat met de onderneming terughoudend te handelen. Wanneer de bestuurder toch nieuwe verplichtingen aangaat en de onderneming blijft drijven, omdat hij in de veronderstelling is/weet dat er (aanzienlijke) baten in het verschiet liggen, zal hij mogelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

Mignon Meermans
Mignon Meermans

Artikelen door Mignon Meermans

Stuur ons een bericht

Voor verdere vragen kunt u het formulier hieronder gebruiken. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.