Gepubliceerd op: 8 augustus 2016

Verpandingsverbod is vaak een wassen neus/dode letter

Met enige regelmaat wordt in overeenkomsten of algemene voorwaarden een beding opgenomen met een verpandingsverbod erin. De tekst hiervan blijkt echter lang niet altijd toereikend te zijn om het verpandingsverbod volledig te benutten en ondernemers worden dan ook nog regelmatig onnodig geconfronteerd met een derde partij die betaling vordert. Om vreemde schuldeisers buiten de deur te houden, is het dan ook van belang om de formulering van uw verpandingsverbod er nog eens op na te lezen.

Pandrecht

Pandrechten kunnen onder meer op vorderingen gevestigd worden. Het komt vaak voor dat een bank een pandrecht vestigt op debiteuren, zodat zij rechtstreeks bij hen terecht kan als het bedrijf zijn betalingsverplichtingen niet nakomt. Nadat de debiteuren zijn aangeschreven kunnen deze enkel nog bevrijdend betalen aan de pandhouder. Uit de gerealiseerde opbrengst kan de financier zijn vordering (deels) voldoen.

Schuldenaren zijn niet blij met verpanding

Een debiteur ziet zich als gevolg van de verpanding geconfronteerd met een derde partij die hem tot betaling maant. Om twee redenen zijn debiteuren hier in veel gevallen niet blij mee. In de eerste plaats kan er enkel nog bevrijdend betaald worden aan de pandhouder, waardoor de debiteur een risico loopt als hij per ongeluk toch aan de oorspronkelijke schuldenaar betaalt. Daarnaast is de pandhouder niet bevoegd om bijvoorbeeld een schikking te treffen ten aanzien van de vordering als de debiteur de (hoogte van) vordering betwist. De debiteur moet dan dus met zowel de pandhouder als de pandgever in contact treden.

Verbod tot verpanding wordt in overeenkomst opgenomen

Omdat bedrijven liever niet met een pandrecht worden geconfronteerd, kunnen ze een verpandingsverbod opnemen in hun overeenkomsten, of de algemene voorwaarden. Met een verpandingsverbod proberen partijen te voorkomen dat vorderingen worden verpand en zij zich geconfronteerd zien met extra (administratieve) handelingen en risico’s. Ook voor partijen die juist graag willen dat hun vordering kan worden verpand is het van belang om in de gaten te houden of hun contractspartij met een verpandingsverbod werkt.

Formulering verpandingsverbod essentieel

Wat gebeurt er nu als ondanks het verbod tot verpanding, toch verpanding plaatsvindt? Sinds 2014 is de Hoge Raad van oordeel dat dit afhankelijk is van de precieze formulering van het verbod. Enerzijds kan geoordeeld worden dat de verpanding rechtsgeldig heeft plaatsgevonden maar dat de schuldeiser de afspraken met de debiteur heeft geschonden. Het vorderen van een schadevergoeding is dan het enige wat de debiteur kan doen, terwijl hij zich wel geconfronteerd ziet met de pandhouder en alle daaraan klevende bezwaren. Het kan echter ook zo zijn dat verpanding niet slechts contractueel onmogelijk is, maar ook niet rechtsgeldig is. In het laatst geval heeft dan geen verpanding plaatsgevonden en de debiteur kan de pandhouder negeren. Deze situatie geniet dan ook de voorkeur. Uit een recent uitgevoerde inventarisatie blijkt dat een groot deel van de bedrijven de tekst in hun algemene voorwaarden nog niet aan deze ontwikkeling heeft aangepast en zich daardoor onnodig romplomp op de hals halen.

Voor al uw vragen met betrekking tot verpanding en de formulering van het verpandingsverbod in uw overeenkomsten en algemene voorwaarden, kunt u contact opnemen met ons.

Fruytier Lawyers in Business
Fruytier Lawyers in Business

Artikelen door Fruytier Lawyers in Business

Stuur ons een bericht

Voor verdere vragen kunt u het formulier hieronder gebruiken. Wij nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.