Geen betaalde vakantiedagen tijdens slapend dienstverband
In een artikel wat we vorig jaar september op onze website publiceerden, schreven wij dat uit een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 12 augustus 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:7054) volgde dat werknemers ook tijdens een slapend dienstverband vakantie-uren blijven opbouwen waardoor de eindafrekening voor werkgevers fors hoger zou uitvallen. Maar in de tussentijd zijn er drie uitspraken gedaan waarin kantonrechters anders overwogen. Het is dus geen gelopen race. Het eerdere artikel van Myrddin van Westendorp verdient daarom een update.
De transitievergoeding bij een slapend dienstverband
Eerder heeft de Hoge Raad (8 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1734, Xella) al bepaald dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap moet instemmen met een voorstel van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen met wederzijdse instemming, in de praktijk dus met een vaststellingsovereenkomst, in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid. Daarbij moet de werkgever de wettelijke transitievergoeding betalen. Een werkgever mag dus geen “slapend dienstverband” in stand houden om de transitievergoeding te ontwijken.
Wel geldt dat de hoogte van die vergoeding, in het geval van de werknemer die verzoekt om beëindiging met wederzijds goedvinden, niet meer hoeft te bedragen dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn bij beëindiging op de dag na afloop van de wachttijd van 104 weken. Alleen in dat specifieke geval wordt de duur van de arbeidsovereenkomst dus fictief bekort. Denk er dus aan dat, wanneer je als werkgever de arbeidsovereenkomst op reguliere wijze opzegt, de opbouw van transitievergoeding doorloopt tot aan het einde van het dienstverband zoals gebruikelijk. (Zie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 juni 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:5510)
Opbouw vakantiedagen na twee jaar ziekte
Volgens artikel 7:637 lid 1 BW mogen ziektedagen alleen als vakantiedagen worden aangemerkt als de werknemer daar expliciet mee instemt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit slechts incidenteel mag gebeuren en altijd in overleg moet worden afgesproken.
Artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt vervolgens dat vakantiedagen alleen worden opgebouwd over de periode waarin de werknemer loon ontvangt. Op het eerste gezicht zou dit betekenen dat we na twee jaar geen recht meer is op opbouw van vakantiedagen.
Europees recht gaat voor
Maar dat wetsartikel blijkt niet in lijn met Europees recht, zo oordeelde de rechtbank Gelderland in augustus 2025. Artikel 7 lid 1 van Richtlijn 2003/88/EG en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie schrijven namelijk voor dat werknemers wél recht hebben op vakantie, ongeacht of zij loon ontvangen. Artikel 31 lid 2 van het Handvest van de grondrechten van de EU bevestigt dit recht Handvest mag rechtstreeks door particulieren worden ingeroepen.
Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld dat nationale bepalingen die hiermee in strijd zijn, door rechters buiten toepassing moeten worden gelaten. Ook in Nederland geldt dus dat werkgevers zich niet zonder meer kunnen beroepen op de beperking van artikel 7:634 lid 1 BW. Aanpassing van de wet is wenselijk.
Slapend dienstverband is een afwijkende omstandigheid
De rechtbank in Noord-Nederland oordeelde echter dat een werknemer met een slapend dienstverband géén betaalde vakantiedagen opbouwt. (Zie: ECLI:NL:RBNNE:2025:5517) De rechter verwees hierbij naar de Europese Arbeidstijdenrichtlijn, die Nederland als EU-lidstaat moet naleven. In deze richtlijn is bepaald dat iedere werknemer elk jaar recht heeft op minimaal vier weken vakantie met behoud van loon. Omdat er bij een slapend dienstverband echter geen recht op loon is, kan er dus ook geen sprake zijn van vakantie met behoud van loon. Verder blijkt uit de richtlijn dat het oorspronkelijke doel van de jaarlijkse vakantie is: bijkomen van werkzaamheden. Het is gericht op herstel en ontspanning van werk. Dat doel kan niet meer bereikt worden bij een slapend dienstverband. In het geval van een werkneemster met een slapend dienstverband is er geen sprake van werk waarvan men moet herstellen, aangezien een werknemer dan niet meerverplicht is om te werken of te re-integreren. Tot slot is opgemerkt dat een werknemer in een slapend dienstverband vaak een uitkering ontvangt, waardoor er feitelijk toch een vorm van inkomen is tijdens vakantie. Deze overwegingen zijn gevolgd door de Rechtbank Rotterdam en de Rechtbank Utrecht (Zie: ECLI:NL:RBROT:2026:1852 en ECLI:NL:RBMNE:2026:688). De Rechtbank Rotterdam heeft op 2 maart 2026 in een beschikking aangekondigd aan de Hoge Raad de prejudiciële vraag te willen stellen of tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen tegen loonwaarde worden opgebouwd. (Zie: ECLI:NL:RBROT:2026:2021).
Voor werkgevers en werknemers betekent dit in de praktijk dat er nog onzekerheid bestaat maar dat het kwartje op basis van deze uitspraken lijkt te vallen in het voordeel van werkgevers.
Vragen
Heb je vragen over openstaande vakantiedagen, de berekening van vakantiedagen of vakantiedagen bij langdurig arbeidsongeschikte werknemers, neem contact op met een van onze arbeidsrecht specialisten.