Hoe werkt de afkoelingsperiode binnen de WHOA?


De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) biedt ondernemingen in financieel zwaar weer de mogelijkheid om buiten faillissement met hun schuldeisers tot een akkoord te komen. Om tot zo’n akkoord te komen, is de afkoelingsperiode in het leven geroepen, een periode waarin de schulden niet uitgewonnen kunnen worden door de schuldeisers. Daarmee is de afkoelingsperiode een krachtig instrument, dat voor genoeg rust zorgt om tot een akkoord te kunnen komen.

Wat is de afkoelingsperiode?

De afkoelingsperiode is in feite een door de rechtbank opgelegd “tijdelijk schild” rondom de onderneming. Het doel is om rust te creëren zodat er in relatieve luwte aan een akkoord kan worden gewerkt. Zonder die bescherming zouden schuldeisers bijvoorbeeld beslag kunnen leggen, de bank zou zekerheden kunnen uitwinnen en een verhuurder zou een ontruiming kunnen doorzetten. Het uitgangspunt onder de WHOA is juist dat de onderneming tijdens het onderhandelen zo goed als mogelijk door blijft draaien. Beslag of maatregelen die daarop lijken, de totstandkoming van zo’n akkoord direct de nek omdraaien. De wetgever heeft daarom bedacht dat de rechter, op verzoek, zo’n periode van relatieve bevriezing kan instellen.

Hoe wordt een afkoelingsperiode ingeroepen?

Het verzoek voor een afkoelingsperiode kan worden gedaan door de schuldenaar zelf, maar ook door een herstructureringsdeskundige als die is aangewezen. De rechtbank kijkt vervolgens of aan een aantal voorwaarden is voldaan. Belangrijk is dat er serieus zicht moet zijn op het aanbieden van een akkoord aan de schuldeisers. De afkoelingsperiode is dus geen noodrem voor wie alleen maar tijd wil rekken; er moet een reëel herstructureringsplan in de maak zijn. Daarnaast moet de afkoelingsperiode noodzakelijk zijn om de onderneming tijdens het WHOA-traject draaiende te houden, en mogen de belangen van schuldeisers niet wezenlijk worden geschaad.

Hoe lang de afkoelingsperiode?

Als de rechtbank het verzoek toewijst, stelt zij een periode vast van maximaal vier maanden. Die kan op verzoek nog worden verlengd, maar in totaal mag de afkoelingsperiode in principe niet langer dan acht maanden duren. De rechter kan de afkoelingsperiode bovendien toespitsen op bepaalde schuldeisers of op bepaalde vermogensbestanddelen. Dat betekent dat er maatwerk mogelijk is: soms is bescherming ten opzichte van één kritieke partij (bijvoorbeeld de verhuurder of de bank) voldoende, in andere gevallen is een bredere bescherming nodig tegen een groep van, of alle, schuldeisers.

Wat verandert er concreet tijdens de afkoelingsperiode?

Allereerst kunnen schuldeisers en pand- en hypotheekhouders gedurende die periode hun zekerheidsrechten in beginsel niet uitwinnen als dat de continuïteit van de onderneming frustreert. De bank kan dus niet zomaar tot openbare verkoop van voorraden of machines overgaan, en een pandhouder kan zijn pandrecht niet zonder meer verzilveren. Ook nieuwe beslagen worden in de regel verboden en al geplande executieverkoopprocedures kunnen worden stilgelegd. Daarnaast kunnen schuldeisers in principe geen faillissementsaanvraag tegen de schuldenaar doorzetten zolang de afkoelingsperiode loopt.

Lopende overeenkomsten en bestaande schulden worden niet aangetast door de afkoelingsperiode

Een belangrijke praktische vraag is vaak wat dit betekent voor lopende contracten, zoals huur, lease of leveringsovereenkomsten. De afkoelingsperiode zorgt er niet automatisch voor dat alle contracten worden bevroren of dat betalingsverplichtingen verdwijnen. De onderneming moet in beginsel haar lopende verplichtingen blijven nakomen. Wel beperkt de WHOA de mogelijkheid van contractspartijen om cruciale overeenkomsten enkel vanwege betalingsachterstanden uit het verleden op te zeggen of de dienstverlening te staken. De gedachte is dat de onderneming juist door moet gaan met ondernemen om waarde te behouden, een akkoord mogelijk te maken en aan te tonen dat het bedrijf een zelfstandige toekomst heeft en niet op korte termijn weer in de problemen komt.

Het is ook goed om te benadrukken wat de afkoelingsperiode níet doet. Schulden worden in deze fase niet kwijtgescholden en rangordes tussen schuldeisers blijven bestaan. De afkoelingsperiode is geen mini-faillissement, maar een tijdelijke standstill waarin iedereen even pas op de plaats moet maken. Schuldeisers behouden hun rechten in juridische zin, maar kunnen die tijdelijk minder vergaand uitoefenen. De rechtbank kan de afkoelingsperiode tussentijds opheffen als blijkt dat er toch geen serieus uitzicht is op een akkoord of als schuldeisers onevenredig worden benadeeld.

Voor schuldeisers is de afkoelingsperiode soms even slikken, omdat zij tijdelijk minder drukmiddelen hebben. Tegelijkertijd kan een geslaagd WHOA-akkoord vaak een beter financieel resultaat opleveren dan een faillissement. De rechter weegt deze belangen expliciet mee: de afkoelingsperiode wordt alleen verleend als de kans op een beter resultaat voor de gezamenlijke schuldeisers reëel is. Bovendien kunnen schuldeisers zich tot de rechtbank wenden als zij vinden dat hun positie onaanvaardbaar wordt aangetast.

Advies

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Onze advocaten staan klaar om u te adviseren! Neem contact op met een van onze advocaten via de mailtelefonisch of vul het contactformulier in voor een vrijblijvend eerste gesprek.


Over de auteur

Hugo Roelink MSc.

Bouwrecht & Ondernemingsrecht