Uittreding aandeelhouder door overdracht via kort geding
Een samenwerking in een onderneming waarin twee aandeelhouders ieder de helft van de aandelen houden, werkt zolang de aandeelhouders het met elkaar eens zijn. Zodra de verstandhouding verzuurt, kan diezelfde gelijkwaardigheid tot een impasse leiden. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam boog zich over een dergelijke patstelling, wat resulteerde in een enerzijds pragmatisch en anderzijds opvallend oordeel.
De casus
Twee aandeelhouders hielden ieder 50 procent van de aandelen in een onderneming die zich richt op het voorkomen van chronische aandoeningen rond obesitas en overgewicht. Eén van hen was tevens de enig bestuurder van de onderneming. Begin 2025 liepen de gemoederen tussen hen zo hoog op dat de bestuurder voorstelde dat een van beiden de ander zou uitkopen of dat de onderneming zou worden gestaakt. Volgens de bestuurder was onder meer sprake van een structureel verschil van inzicht over de koers en zou de medeaandeelhouder zijn eigen belang laten prevaleren boven dat van de onderneming.
Pogingen om er samen uit te komen mislukten. In maart 2025 meldde de bestuurder zich ziek met burn-outklachten.
In de statuten van de onderneming was een aanbiedingsregeling opgenomen. Dit houdt in dat de aandeelhouder die zijn aandelen wil overdragen, deze aandelen eerst moet aanbieden aan de medeaandeelhouder. In deze statuten was opgenomen dat de medeaandeelhouder vervolgens vier weken de tijd heeft om te reageren. Gaat de medeaandeelhouder niet in op alle aangeboden aandelen, dan heeft de aandeelhoudersvergadering nog zes weken om andere gegadigden aan te wijzen.
De medeaandeelhouder meende dat deze regeling inhield dat hij op een deel van de aangeboden aandelen kon reflecteren. De bestuurder bestreed dat: zij bood uitsluitend haar volledige belang aan en vond dat het pakket niet mocht worden opgeknipt. Toen een externe partij bereid bleek het volledige belang te kopen voor een aanzienlijk hoger bedrag dan de medeaandeelhouder wilde betalen, aanvaardde de bestuurder dat bod en werd een de koopovereenkomst getekend.
Kort na het tekenen van de koopovereenkomst diende de medeaandeelhouder bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam (“OK”) een enquêteverzoek in, met o.a. het verzoek om onmiddellijke voorzieningen te treffen.
In het kort geding (dat plaatsvond voordat de OK de zaak inhoudelijk behandelde) vorderde de bestuurder kortgezegd medewerking van de medeaandeelhouder aan de verkoop aan de externe partij dan wel medewerking van de medeaandeelhouder aan overdracht aan de medeaandeelhouder zelf. De medeaandeelhouder verzocht op zijn beurt kortgezegd nakoming van een door hem gestelde afspraak, dan wel een verkoopverbod totdat de OK zou hebben beslist.
Wat de voorzieningenrechter oordeelde
De voorzieningenrechter stelde vast dat beide partijen het over de kern eens waren: de oplossing was dat de bestuurder haar aandelen zou overdragen. Verkoop aan de externe partij wees de voorzieningenrechter af. Of die verkooproute in lijn was met de statutaire aanbiedingsregeling vergde nader onderzoek en daarvoor was in kort geding geen ruimte, zo oordeelde de voorzieningenrechter.
In plaats daarvan kwam de voorzieningenrechter tot de volgende ordemaatregel. Mede gelet op de impasse tussen partijen sinds januari 2025 en de burn-outklachten van de bestuurder moesten partijen op korte termijn uit elkaar, waarbij de medeaandeelhouder onvoorwaardelijk alle noodzakelijke medewerking diende te verlenen aan de overdracht van de aandelen aan hem, tegen betaling van een voorlopige koopprijs van € 320.000. Als de medeaandeelhouder daar niet tijdig aan zou voldoen, dan zou hij een dwangsom moeten betalen van € 5.000 per dag(deel) dat hij daaraan niet voldoet, met een maximum van € 100.000. Indien medewerking zou uitblijven en de dwangsommen volledig verbeurd werden, zou het vonnis bovendien in de plaats treden van de vereiste medewerking van de medeaandeelhouder.
De voorlopige koopprijs van € 320.000 ontleende de rechter aan het feit dat partijen er in maart 2025 zelf van uitgingen dat de aandelen minstens zoveel waard waren, wat werd bevestigd door het hogere bod van de externe partij.
Bijzonder is dat de rechter tot dit oordeel kwam zonder de materiële wettelijke criteria voor gedwongen uittreding te toetsen. Er zijn relatief weinig gepubliceerde voorbeelden van een dergelijke gedwongen uittreding in kort geding.
Geen standaardroute
Dat de voorzieningenrechter tot dit oordeel kwam, hangt samen met drie omstandigheden. Partijen waren het erover eens dát de samenwerking moest eindigen, wíé zou vertrekken en de prijs was bepaalbaar zónder dat een deskundige eraan te pas moest komen. Doordat dit duidelijk was, kwam de voorzieningenrechter niet aan de inhoudelijke wettelijke toets voor uittreding toe (artikel 2:343 Burgerlijk Wetboek).
Ontbreekt een van die drie omstandigheden, bijvoorbeeld omdat partijen het niet eens zijn over wie moet vertrekken, dan ligt het anders. De voorzieningenrechter zal op grond van de hiervoor genoemde wettelijke toets voorlopig moeten inschatten of een uittredingsvordering in een bodemprocedure kans van slagen heeft. Het is vaak de vraag of een kort geding daar geschikt voor is, bijvoorbeeld gezien de beperkte ruimte voor bewijslevering in deze vorm van rechtspraak. De hiervoor beschreven route via de voorzieningenrechter biedt met andere woorden alleen uitkomst als partijen deze punten zelf (in voldoende mate) al hebben beslecht.
Aandachtspunt
Wanneer je als aandeelhouder je aandelen gedwongen moet afstaan, dan is dat ingrijpend. Een overdracht, althans de gevolgen daarvan, laat zich niet eenvoudig herstellen als de bodemrechter er later anders over oordeelt. Op grond van de wettelijke geschillenregeling (waartoe uittreding behoort) is de OK de rechter die exclusief over de hoofdzaak oordeelt. Begint een van de partijen na een kort geding waar aandelenoverdracht uit volgt alsnog een bodemprocedure, dan wordt de OK geconfronteerd met aandelen die al van eigenaar zijn gewisseld. Ook daarom ligt de lat voor een dergelijke maatregel in kort geding hoog. In deze zaak gold dat te meer, doordat bij diezelfde OK al een enquêteverzoek liep.
Vragen?
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Onze advocaten staan klaar om u te adviseren! Neem contact op met een van onze advocaten via de mail, telefonisch of vul het contactformulier in voor een vrijblijvend eerste gesprek. Wij denken graag met u mee.