Tegenstrijdig belang bestuurder BV: wie beslist over deelname aan besluitvorming?
Stel: een bestuurder heeft een persoonlijk belang bij een besluit dat het bestuur moet nemen. Zijn medebestuurders vinden dat hij zich daarom moet onthouden van de beraadslaging en stemming. De betrokken bestuurder is het daar niet mee eens en wil gewoon aanschuiven. Wie heeft het laatste woord? Dit is een situatie die in de boardroom van menige vennootschap kan ontstaan, maar waarover de wet opvallend weinig zegt. Op 10 april 2026 heeft de Hoge Raad — aanleiding gevend door een enquêteprocedure over een ingrijpende herstructureringstransactie — deze leemte in de wet zelf ingevuld met een concreet en bindend toetsingskader.
Wat zegt de Hoge Raad?
Artikel 2:239 lid 6 BW bepaalt dat een bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het vennootschapsbelang. Maar de wet zwijgt volledig over hoe een tegenstrijdig belang moet worden gemeld en wie vaststelt of er daadwerkelijk sprake van is. Nu de wetgever deze regeling achterwege heeft gelaten, heeft de Hoge Raad die leemte zelf opgevuld door een nieuwe rechtsregel te formuleren. Die regel luidt als volgt. Bij een meerkoppig bestuur zonder raad van commissarissen rust op de bestuurder mét een mogelijk tegenstrijdig belang in de eerste plaats een eigen meldingsplicht: hij dient zo open mogelijk te zijn en zijn mogelijke tegenstrijdige belang aan zijn medebestuurders te melden. Ontstaat er vervolgens een meningsverschil over de vraag of hij werkelijk een tegenstrijdig belang heeft, dan is het niet aan hemzelf maar aan zijn medebestuurders om daarover te beslissen — ook als de betrokken bestuurder in het geheel géén melding heeft gedaan van zijn mogelijke tegenstrijdige belang. Oordelen de overige bestuurders dat uitsluiting geboden is, dan zijn zij ook gehouden er daadwerkelijk voor te zorgen dat de betrokken bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp.
Wat betekent dit voor uw vennootschap?
Deze uitspraak heeft directe praktische betekenis voor elke vennootschap met een meerkoppig bestuur dat geen raad van commissarissen heeft. De Hoge Raad maakt duidelijk dat een betrokken bestuurder die zwijgt over zijn mogelijke tegenstrijdige belang, of dat belang ontkent, zijn medebestuurders er niet mee kan verhinderen om tóch in te grijpen en hem van de besluitvorming uit te sluiten. Daarmee legt de uitspraak een stevige verantwoordelijkheid bij de overige bestuurders: zij moeten niet alleen oordelen over de vraag of uitsluiting geboden is, maar ook actief bewerkstelligen dat de betrokken bestuurder buiten de vergadering blijft. Juist omdat de wet op dit punt zwijgt, is het des te belangrijker dat de aandeelhoudersovereenkomst heldere procedureafspraken bevat: wanneer moet worden gemeld, wie beslist bij een verschil van inzicht, en hoe wordt de uitsluiting in de praktijk gewaarborgd en- niet geheel ondenkbaar- wat als misbruik dreigt te worden gemaakt van deze tegenstrijdig belang regeling? Een goede eigen procedureregeling voorkomt discussies achteraf en biedt alle betrokkenen houvast op het moment dat het erop aankomt. Wilt u uw aandeelhoudersovereenkomst laten toetsen of heeft u vragen over de inrichting van uw bestuur? Neem dan gerust contact met ons op.
Kernpunten op een rij:
- De wet (art. 2:239 BW) bevat geen regels over de melding en vaststelling van een tegenstrijdig belang bij bestuurders; de Hoge Raad heeft die leemte nu zelf ingevuld.
- Bij een meerkoppig bestuur zonder RvC rust op de bestuurder met een mogelijk tegenstrijdig belang een eigen meldingsplicht: hij dient zo open mogelijk te zijn en dit te melden aan zijn medebestuurders.
- Bij een meningsverschil beslissen de overige bestuurders — niet de betrokken bestuurder zelf — of uitsluiting van de besluitvorming vereist is.
- Dit geldt ook als de betrokken bestuurder géén melding heeft gedaan van zijn mogelijke tegenstrijdige belang.
- De overige bestuurders zijn vervolgens gehouden daadwerkelijk te bewerkstelligen dat de betrokken bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming.
- Duidelijke afspraken over de procedure bij tegenstrijdig belang zijn nadrukkelijk aan te bevelen.
Vragen?
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem contact op met een van onze advocaten via de mail, telefonisch of vul het contactformulier in voor een vrijblijvend eerste gesprek. Wij denken graag met u mee!