Domeinnamen: wat voor type recht heeft u eigenlijk?
Voor veel ondernemingen vormt de domeinnaam de digitale identiteit. Het is immers via die naam dat de website, en daarmee de onderneming, online vindbaar en toegankelijk is. Toch schept de registratie van een domeinnaam lang niet altijd de juridische bescherming die ondernemers verwachten. Wat gebeurt er als u een domeinnaam registreert die sterk lijkt op een reeds bestaande domeinnaam? Mag u die domeinnaam dan zomaar gebruiken, of loopt u het risico dat u hiermee moet stoppen? In dit artikel zet ik de belangrijkste juridische aspecten voor u op een rij.
Geen zelfstandig IE-recht
Een domeinnaam behoort niet tot de klassieke intellectuele-eigendomsrechten, zoals het auteursrecht, merkrecht en octrooirecht, en wordt ook niet door een specifieke wet als zodanig beschermd.
Wie een domeinnaam registreert, verkrijgt een contractuele aanspraak: het recht om die naam te gebruiken zolang de registratie bij de registrar (voor .nl-domeinen doorgaans SIDN) in stand wordt gehouden. Zolang die registratie loopt, kan een derde niet dezelfde naam met dezelfde extensie registreren. Let op: bij een andere extensie (bijvoorbeeld .com of .eu) is dat dus wél mogelijk.
Toch wordt een domeinnaam in de praktijk vaak als een soort IE-recht beschouwd, omdat een domeinnaam veelal de merk- of handelsnaam van een onderneming bevat. Doordat domeinnamen worden toegewezen op basis van het beginsel ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’, komt het regelmatig voor dat iemand een domeinnaam registreert die inbreuk maakt op de merk- of handelsnaamrechten van een derde.
Met een beroep op die rechten kan tegen het gebruik van een identieke of overeenstemmende domeinnaam door een derde worden opgetreden, ook als die een andere extensie gebruikt (denk aan flib.nl tegenover flib.com, of flib.nl tegenover flips.nl). Niet de domeinnaam zelf geniet dus bescherming, maar de merk- of handelsnaam die daarin wordt gebruikt.
Verhouding tot merk- en handelsnaamrecht
Merkrecht. Gebruikt u het merk van een concurrent in uw domeinnaam, dan kan de concurrent dat gebruik onder meer in de volgende twee situaties verbieden:
- De domeinnaam is gelijk aan het merk van de concurrent, en op de achterliggende website worden dezelfde producten of diensten aangeboden als waarvoor de concurrent het merk heeft ingeschreven.
- De domeinnaam stemt overeen met het merk van de concurrent, en op de achterliggende website worden producten of diensten aangeboden die overeenstemmen met die waarvoor de concurrent het merk heeft ingeschreven, waardoor verwarring ontstaat.
Handelsnaamrecht. Gebruikt u de handelsnaam van een concurrent of een daarmee overeenstemmende naam als domeinnaam? Drijft u daaronder ook feitelijk uw onderneming en is er verwarringsgevaar te duchten? Dan kan de concurrent dit mogelijk verbieden op grond van de handelsnaamwet.
Onrechtmatige domeinnaamregistratie
Onder omstandigheden kan een domeinnaamregistratie op zichzelf al onrechtmatig zijn jegens een derde, los van enig beroep op merk- of handelsnaamrecht. Bekende voorbeelden hiervan zijn cybersquatting en typosquatting.
Cybersquatting is de verzamelterm voor het registreren van domeinnamen die overeenstemmen met merken of handelsnamen van anderen, doorgaans met het doel daarvan te profiteren. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de domeinnaam te laten doorlinken naar de eigen website, of door deze vervolgens voor een hoge prijs aan te bieden aan de merk- of handelsnaamrechthebbende.
Typosquatting is een specifieke variant hiervan: het registreren van een domeinnaam die een kleine schrijffout bevat ten opzichte van een bekende domeinnaam, meestal om te profiteren van verschrijvingen door internetgebruikers.
Handhavingsmogelijkheden
Tegen een inbreukmakende of onrechtmatige domeinnaam kan op twee manieren worden opgetreden.
1. Civiele rechter
Is sprake van een merk- of handelsnaaminbreuk of van anderszins onrechtmatig handelen? Dan kan de rechter de domeinnaamhouder verbieden de domeinnaam (verder) te gebruiken en, in sommige gevallen, bevelen deze over te dragen. Daarnaast is het mogelijk om schadevergoeding te vorderen. Nadeel is dat een procedure bij de civiele rechter lang kan duren en kostbaar kan zijn.
Ook een kort geding bij de voorzieningenrechter is een mogelijkheid. Dit biedt weliswaar de mogelijkheid om snel actie te ondernemen, maar in kort geding kunnen enkel voorlopige maatregelen worden gevorderd, zoals een (tijdelijk) verbod op het gebruik van de domeinnaam. Schadevergoeding of overdracht van de domeinnaam kan in kort geding niet worden gevorderd; daarvoor is een bodemprocedure bij de civiele rechter vereist.
Lees ook mijn eerder gepubliceerde artikel voor meer informatie over het kort geding en de bodemprocedure bij de civiele rechter.
2. Alternatieve geschilbeslechting (UDRP)
Naast de civiele rechter bestaat de mogelijkheid van een buitengerechtelijke geschillenregeling, in het leven geroepen als sneller en goedkoper alternatief. Welke regeling van toepassing is, hangt af van de extensie van het inbreukmakende domein: in veel gevallen is dat de UDRP (Uniform Domain-Name Dispute-Resolution Policy), waarvoor doorgaans WIPO als geschillenbeslechtende instantie kan worden benaderd. Voor .nl-domeinnamen geldt niet de UDRP, maar de SIDN Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen: een zelfstandige regeling van SIDN die weliswaar naar het model van de UDRP is opgezet, maar eigen regels kent en, net als de UDRP, door WIPO wordt uitgevoerd. Nadeel van beide regelingen is dat hun bereik beperkter is dan dat van de civiele rechter: er kan uitsluitend overdracht van de domeinnaam worden gevorderd, niet een verbod op ander gebruik, een dwangsom of schadevergoeding.
Om via deze route overdracht van de domeinnaam te bewerkstelligen, moet cumulatief aan de volgende drie voorwaarden zijn voldaan:
- de domeinnaam is identiek aan, of stemt zodanig overeen met een ouder merk- en/of handelsnaamrecht dat daardoor verwarring kan ontstaan;
- de houder van de domeinnaam heeft geen eigen recht op of legitiem belang bij de domeinnaam; en
- de domeinnaam is te kwader trouw geregistreerd of wordt te kwader trouw gebruikt.
Let op: niet elke regeling erkent handelsnaamrechten als grondslag hiervoor. De SIDN Geschillenregeling erkent naast merkrechten ook handelsnaamrechten, terwijl de UDRP bij WIPO uitsluitend merkrechten als grondslag erkent.
De keuze voor de civiele rechter of alternatieve geschilbeslechting hangt sterk af van uw specifieke situatie en het te bereiken doel. Is vooral een snelle, goedkope en eventueel voorlopige oplossing gewenst, dan bieden de UDRP en, voor .nl-domeinnamen, de SIDN Geschillenregeling uitkomst. Is daarnaast ook een verbod, dwangsom of schadevergoeding gewenst, of gaat het om een bredere inbreuk op merk- en handelsnaamrechten die niet beperkt blijft tot de domeinnaam, dan ligt de civiele rechter meer voor de hand. Een combinatie van beide procedures is eveneens mogelijk. Overleg daarom altijd met een specialist.
Vragen
Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Onze advocaten staan klaar om u te adviseren! Neem contact op met een van onze advocaten via de mail, telefonisch of vul het contactformulier in voor een vrijblijvend eerste gesprek. Wij denken graag met u mee.