Opdracht
Wanneer iemand tegen betaling een opdracht verricht, waarbij een gezagsverhouding ontbreekt en geen ‘werk van stoffelijke aard’ tot stand wordt gebracht, kwalificeert de wet dat als een ‘opdracht’. Voorbeelden hiervan zijn het werk van een accountant of dierenarts.
Het verschil tussen de opdracht en de arbeidsovereenkomst is dat er geen gezagsverhouding met de opdrachtgever tot stand komt. Ook de aannemingsovereenkomst lijkt op de opdracht, maar daarbij moet het specifiek gaan om het tot stand brengen van ‘een werk van stoffelijke aard’.
De algemene regels van het arbeidsrecht, die bescherming bieden aan werknemers bij een arbeidsovereenkomst, zij niet op de opdrachtovereenkomst van toepassing. Daardoor hebben de partijen meer ruimte om zelf vorm te geven aan de werkrelatie. Er zijn ook fiscale gevolgen, want de opdrachtgever hoeft geen loonbelasting of werkgeverspremies af te dragen: dat is de verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer zelf. Tevens brengt de kwalificatie ‘opdracht’ specifieke rechten en plichten voor de contracterende partijen mee. Zo heeft de opdrachtnemer ten opzichte van de opdrachtgever de verantwoordelijkheid om zorgvuldig te werk te gaan.
Zie 7:400 BW.