WE LEGAL vs. WE LOVE LEGAL: waarom de rechter koos voor “laat maar”

Stel: je hebt een juridisch netwerk opgezet onder de naam WE LEGAL NETWORK. Je naam staat als woordmerk ingeschreven, je bent al jaren actief, en dan duikt er ineens een concurrent op die zich WE LOVE LEGAL noemt – compleet met een hartje in het logo. Verwarrend? Dat vond WE LEGAL NETWORK in elk geval wél, en stapte naar de rechter. Maar die rechter dacht er heel anders over.

Een merk dat eigenlijk nauwelijks een merk is

Het probleem begint al bij de naam zelf. “Legal” zegt letterlijk waar je bedrijf over gaat: juridische diensten. Beschrijven dus. En “we”? Dat is gewoon “wij” – precies wat je verwacht bij een netwerk van juristen. Met andere woorden: het woordmerk “WE LEGAL was vanaf het begin behoorlijk zwak. Het beschrijft wat je doet, en dat is nu juist hetgeen een merk niet moet doen om onderscheidend te zijn.

Dat er geen werkwoord tussen staat (tussen We en Legal)? Ook dat argument is geen redding. Krantenkoppen laten ook vaak werkwoorden weg, en dat maakt die koppen nog niet tot unieke creaties. De combinatie WE LEGAL blijft dus vooral: beschrijvend.

Vijf jaar later: een beetje sterker, niet genoeg

WE LEGAL NETWORK voerde aan dat het merk inmiddels wèl bekendheid had gekregen. Er is een podcast, de oprichter schrijft een column, er is betrokkenheid bij een award, en er wordt gewerkt voor gerenommeerde opdrachtgevers. Mooie cv, zei de rechter in feite, maar niet genoeg. Het beschrijvende karakter is er niet door verdwenen.

En dat hartje dan?

Hier wordt het bijna amusant. De rechter verwijst naar de iconische “I ❤ NY”-campagne uit 1977. Sindsdien begrijpt iedereen dat een hartje staat voor “love”. Dus WE ❤ LEGAL lees je gewoon als “we love legal” – met het werkwoord (‘love’)  er dik bovenop. En juist dat werkwoord ‘love’ zorgt ervoor dat de twee namen duidelijk van elkaar verschillen. Kortom: geen verwarringsgevaar en geen merkinbreuk.

Ook het handelsnaamrecht biedt geen redding

De voorzieningenrechter pakt er de bekende Hoge Raad uitspraak bij over de oudere internet domeinnaam “Dairy Partners” tegenover de jongereDOC Dairy Partners”die won: hoe beschrijvend is de naam, hoe zien de ondernemingen eruit, hoe worden ze feitelijk gebruikt (denk aan de look & feel), en – cruciaal – is er in de praktijk eigenlijk wel verwarring? Het antwoord: nee.

Wie beschrijvende woorden kiest als handelsnaam, moet accepteren dat anderen een nagenoeg dezelfde woorden ook mogen gebruiken. Dat is de vrijhoudingsbehoefte: je kunt alledaagse taal niet zomaar monopoliseren. Alleen als je naam door jarenlang intensief gebruik echt een begrip wordt – denk aan Thuisbezorgd.nl of Booking.com – kan dat anders liggen. WE LEGAL zit (nog) niet in die categorie.

De uitkomst

De vorderingen worden afgewezen. WE LOVE LEGAL mag haar naam én haar logo gewoon blijven gebruiken. En alsof dat niet pijnlijk genoeg is: WE LEGAL NETWORK moet ook nog eens €8.124 aan proceskosten betalen. Maar dat volgt simpel uit de speciale proceskosten regeling die de rechtbanken hanteren bij kort gedingen van dit type (IE-Indicatietarieven).

De les voor de praktijk

Kies je een naam die vertelt wat je doet, dan krijg je de voordelen (herkenbaarheid, vindbaarheid) én de nadelen (weinig juridische bescherming) in één pakket. Wie een sterk merk wil, moet iets creëren dat niet meteen uitlegt wat het bedrijf doet. En wie procedeert op basis van een zwak merk, loopt het risico om zowel de zaak als de rekening mee naar huis te nemen.

Vragen?

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem contact op met een van onze advocaten via de mailtelefonisch of vul het contactformulier in voor een vrijblijvend eerste gesprek. Wij denken graag met u mee!


Over de auteur

Bert Gravendeel

Intellectueel Eigendom & It- en ICT recht