Bestuurder treft een persoonlijk ernstig verwijt wegens het niet afsluiten van een deugdelijke verzekering
Voor veel ondernemers lijkt het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering een formaliteit die je snel aan de assurantietussenpersoon overlaat. Een recente procedure bij de rechtbank Oost‑Brabant laat echter zien dat dit een risicovolle benadering is. De rechter legt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de bestuurder van de vennootschap: juist de bestuurder moet ervoor zorgen dat er een passende verzekering is die past bij de aard en de risico’s van de bedrijfsactiviteiten. Doet hij dat niet, dan kan hem een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt en loopt hij het risico persoonlijk te worden aangesproken voor aanzienlijke schadeclaims.
Waar gaat deze zaak over?
In deze zaak stond een dakdekkersbedrijf centraal dat renovatiewerkzaamheden verrichtte aan het platte dak van een woonhuis. Tijdens de lunchpauze van de dakdekkers brak er brand uit op het dak. De eigenaar van de woning bleek goed verzekerd: de opstalverzekeraar heeft de brandschade aan de klant vergoed. Zoals gebruikelijk probeerde de opstalverzekeraar de uitgekeerde schade vervolgens te verhalen op de partij die mogelijk aansprakelijk was voor het ontstaan van de brand, in dit geval het dakdekkersbedrijf. Dat poging verhaal te halen liep echter dood, omdat het dakdekkersbedrijf weliswaar een aansprakelijkheidsverzekering had afgesloten, maar in die polis was schade als gevolg van “brandgevaarlijke werkzaamheden” uitdrukkelijk uitgesloten van dekking. Precies het soort werkzaamheden dat het bedrijf beroepsmatig uitvoerde, viel dus buiten de verzekering.
Omdat de verzekeraar daardoor geen verhaal kon halen op het dakdekkersbedrijf, richtte hij zich op de voormalige bestuurder in privé. De kern van de vordering was dat de bestuurder op grond van bestuurdersaansprakelijkheid persoonlijk moest opdraaien voor de brandschade, omdat hij zijn taak als bestuurder had verzaakt door geen deugdelijke aansprakelijkheidsverzekering te regelen die aansloot bij de risico’s van de onderneming.
Waar gaat de rechtbank dan op in?
De rechtbank gaat bij haar beoordeling eerst in op de positie van de vennootschap. Als komt vast te staan dat de brand is veroorzaakt door toedoen van de dakdekkers, dan is het dakdekkersbedrijf in beginsel aansprakelijk voor de schade. Tegelijk staat in de procedure vast dat het bedrijf zelf geen verhaal biedt: er is geen verzekeringsdekking en kennelijk zijn er onvoldoende middelen om de schade te vergoeden. Daarmee verschuift de aandacht naar de vraag of de bestuurder persoonlijk kan worden aangesproken.
De rechter stelt daarbij de hoofdregel van externe bestuurdersaansprakelijkheid voorop. Wanneer een vennootschap aansprakelijk is, maar geen verhaal biedt, kan een bestuurder in privé aansprakelijk zijn als hem een persoonlijk ernstig verwijt treft. Dat is met name aan de orde als de bestuurder wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de wijze waarop hij de vennootschap liet handelen, ertoe zou leiden dat de vennootschap haar verplichtingen tegenover derden niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden. Voor ondernemers en bestuurders betekent dit dat zij actief moeten nadenken over risicomanagement, verzekeringsdekking en de bescherming van derden tegen onverhaalbare schade.
In het vonnis benadrukt de rechtbank dat vermogensschade door brand in beginsel gedragen moet worden door de persoon of onderneming die de schade veroorzaakt. Niet de opstalverzekeraar van de klant, maar de veroorzaker hoort de financiële gevolgen te dragen, al dan niet via een passende aansprakelijkheidsverzekering. Juist tegen deze achtergrond stelt de rechtbank strenge eisen aan een professioneel bedrijf dat risicovolle, brandgevaarlijke werkzaamheden verricht voor klanten en daardoor potentieel hoge schade kan veroorzaken. Van zo’n onderneming mag worden verwacht dat zij zorgt voor een deugdelijke aansprakelijkheidsverzekering die specifiek ook deze risico’s afdekt, zodat er een vangnet bestaat als de onderneming zelf de schade niet uit eigen middelen kan dragen. Het behoort, aldus de rechtbank, tot de kernverantwoordelijkheid van de bestuurder om ervoor te zorgen dat deze verzekering daadwerkelijk wordt afgesloten en inhoudelijk de juiste dekking biedt.
De bestuurder verweerde zich met de stelling dat niet hij, maar zijn assurantietussenpersoon een beroepsfout had gemaakt. Volgens hem was het de taak van de verzekeringsadviseur om te zorgen dat de polis aansloot bij de brandgevaarlijke werkzaamheden van het dakdekkersbedrijf. De rechtbank gaat daar niet in mee. Zij gaat ervan uit dat de bestuurder (een afschrift van) de polisvoorwaarden heeft ontvangen, of deze in elk geval had moeten opvragen. Uit die polis had hij kunnen en moeten afleiden dat schade veroorzaakt door brandgevaarlijke werkzaamheden uitdrukkelijk was uitgesloten van dekking. Dat hij daar niet naar heeft gekeken, of het risico van die uitsluiting niet heeft onderkend, rekent de rechtbank hem zwaar aan. Dit nalaten is volgens de rechter een persoonlijk ernstig verwijt, juist omdat het gaat om een kernrisico van de onderneming.
Belangrijk is dat de rechtbank in deze tussentijdse fase nog geen definitief oordeel geeft over de daadwerkelijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor de brandschade. Eerst moet in de verdere procedure worden vastgesteld of de brand inderdaad het gevolg is geweest van onveilig of onzorgvuldig handelen van de dakdekkers. Pas als dat komt vast te staan, kan worden beoordeeld of de bestuurder daadwerkelijk gehouden is om de schade persoonlijk te vergoeden. De procedure wordt op dat punt voortgezet.
Wel is dit een waarschuwing waaruit voor ondernemers een waardevolle les is te leren:
Voor ondernemers, bestuurders van bv’s en andere rechtspersonen, en voor professionals in de zakelijke dienstverlening biedt deze uitspraak een duidelijke waarschuwing. Het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering is geen afvink‑onderwerp dat je volledig aan de assurantietussenpersoon kunt overlaten. Een bestuurder blijft eindverantwoordelijk voor de vraag óf er een verzekering is én wát er precies is verzekerd. Dat betekent dat de bestuurder de polisvoorwaarden moet opvragen, lezen en kritisch moet toetsen aan de concrete bedrijfsactiviteiten, zeker wanneer het bedrijf werkt met verhoogde risico’s zoals brandgevaarlijke werkzaamheden, gevaarlijke machines of complexe adviestrajecten.
De praktische les is dat van een bestuurder mag worden verwacht dat hij actief voorkomt dat derden worden geconfronteerd met onverhaalbare schade. Dat doet hij onder meer door te zorgen voor een adequate, op maat gesneden aansprakelijkheidsverzekering, door regelmatig te controleren of de dekking nog aansluit bij de feitelijke bedrijfsvoering en door de risico’s van de onderneming expliciet met de verzekeringsadviseur te bespreken. Laat een bestuurder dit na, dan kan hem – zoals in deze zaak – een persoonlijk ernstig verwijt treffen en komt privé‑aansprakelijkheid voor bedrijfsschade nadrukkelijk in beeld.
Contact
Heeft u vragen naar aanleiding dit artikel of heeft u andere juridische vragen? Onze gespecialiseerde advocaten staan u graag te woord. U kunt ons bereiken via mail, telefoon of via het contactformulier.