Het belang van goede vastlegging van de uiterste wil voorafgaand aan de notariële akte
Je woont al jaren ongehuwd samen en de partner overlijdt vlak voordat het testament is gepasseerd, wat nu? Tegenwoordig beginnen mensen op latere leeftijd weer aan een nieuw gezin, met soms gecompliceerde verhoudingen met ex-partners en stiefkinderen. Een testament kan dan veel duidelijkheid geven en familieruzies voorkomen.
Het mag bekend verondersteld worden dat het erfrecht bijzonder streng is met betrekking tot laatste wilsbeschikkingen. In principe is het wettelijke versterferfrecht van toepassing, tenzij een notaris een testament heeft gepasseerd. De notaris doet op grond van artikel 3 van de Wet op het centraal testamentenregister opgaaf van het testament bij het Centraal Testamentenregister.
De wettelijke regeling
De wettelijke regeling van erfopvolging van artikel 4:1 Burgerlijk Wetboek (BW) neemt tot uitgangspunt dat de erfopvolging plaatsvindt via het (wettelijk) stelsel van versterf, en dat daarvan kan worden afgeweken bij een uiterste wilsbeschikking, een testament. Artikel 4:42 BW schrijft voor dat een uiterste wilsbeschikking alleen bij uiterste wil kan worden opgemaakt; aan het opmaken daarvan stelt artikel 4:94 BW specifieke vormvereisten. Uitgezonderd enkele in de wet beschreven noodgevallen (zie de artikelen 4:97 – 4:107 BW), kan een uiterste wil alleen worden opgemaakt bij een notariële akte of bij een aan een notaris in bewaring gegeven onderhandse akte.
Maar wat nu als de erflater met de notaris concepten heeft uitgewisseld en voor het definitief passeren van de akte overlijdt? Dit komt helaas regelmatig voor, soms zelfs nadat al in ondertrouw is gegaan en de huwelijksdatum al vaststond. Met rechtszaken tot gevolg. Levenspartners kunnen daardoor op straat komen te staan omdat de erfgenamen via het versterferfrecht de woning te gelde maken. Is hier nu helemaal niets aan te doen?
Heel soms komt de derogerende werking (het door de rechter buiten toepassing laten van een rechtsregel) van artikel 6:2 lid 2 BW de beoogde erfgenaam te hulp.
Wat besloot de rechter eerder?
Uit de diverse rechtszaken valt te destilleren wat de toetssteen is voor de toepassing van artikel 6:2 BW. En die toetssteen is dat met volstrekte zekerheid vaststaat dat de inhoud van de concept akte overeenstemt met de uiterste wil van de erflater.
Een geval waarin die drempel niet werd gehaald betreft een geval waarin het concept testament van erflater niet volledig was, althans niet volledig was ingevuld. Er is daarmee volgens de rechter geen volstrekte zekerheid dat de inhoud van het concept testament (volledig) overeenstemt met de uiterste wil van erflater.
In het geval waarin een echtgenoot bezig was te scheiden van een partner waarmee zij onder huwelijksvoorwaarden was gehuwd, en de notaris een concept testament had opgesteld dat nog getekend en gepasseerd moest worden, werd duidelijk uit verklaringen dat de erflaatster in de veronderstelling verkeerde dat het testament was geregeld. Onder de verdere omstandigheden, zijnde dat erflaatster wilde scheiden omdat zij erachter kwam dat de echtgenoot schulden had en naar haar mening fraudeerde en haar manipuleerde, was er bij de rechter de vereiste volstrekte zekerheid die meebracht dat de echtgenoot geen recht op de nalatenschap kon doen gelden.
Een andere zaak waarin de erflater nog voor de huwelijksvoltrekking overleed, kende voor de achtergebleven partner nog erkenning van de uiterste wil van de erflater. Hier was doorslaggevend voor de toepassing van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, dat het concept-testament in het zicht van het huwelijk aan de notaris was geretourneerd met handgeschreven opmerkingen die niet met de erfstelling te maken hadden, en bij de erfstelling stond een krul ter goedkeuring. De notaris heeft ter zitting verklaard dat het concept van het testament de wil van de erflater weergeeft. De rechtbank verklaarde dan ook voor recht dat de erfopvolging van de nalatenschap niet op basis van het wettelijk versterfrecht dient plaats te vinden maar op grond van het concept-testament[1].
Conclusie
Uit het bovenstaande mag de les worden getrokken dat een testament opmaken het beste met enige voortvarendheid ter hand kan worden genomen. Als de conceptakte akkoord is, geef dat dan alvast duidelijk aan bij het retoursturen aan de notaris. Daardoor is duidelijk dat die conceptakte de uiterste wil van de erflater weergeeft en dat een beroep op artikel 6:2 lid 2 BW tot de mogelijkheden behoort.
Neem voor advies contact op met mr. Jop Fellinger.