Het belang van verzuim en ingebrekestelling in B2B‑relaties

Als uw contractspartij de afspraken niet of onjuist nakomt, dan wilt u kunnen ingrijpen. Bijvoorbeeld door de ander te manen alsnog (juist) na te komen, het contract te beëindigen en/of schadevergoeding te claimen. Dan moet u de correcte juridische route te volgen. Belangrijk is dan ook dat u rekening houdt met het volgende.

Verzuim en ingebrekestelling

In zakelijke contracten tussen ondernemingen (B2B) speelt het moment waarop een partij “in verzuim” raakt als iets niet conform afspraken verloopt een sleutelrol. Pas als de schuldenaar in verzuim is, ontstaat in principe een recht op schadevergoeding en vaak ook een grond voor ontbinding. In de praktijk gaat het hier regelmatig mis, omdat een ingebrekestelling ontbreekt of onjuist is opgesteld. Een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 31 juli 2025 laat zien wat de gevolgen zijn als een ingebrekestelling ontbreekt of niet aan de wettelijke eisen voldoet: zonder verzuim geen schadevergoeding.

Volgens het Burgerlijk Wetboek (“BW”) is een schuldenaar kortgezegd in verzuim als hij de opeisbare prestatie niet levert. Voor verzuim is in veel gevallen bovendien een ingebrekestelling nodig. Dit is een schriftelijke aanmaning waarin de schuldeiser duidelijk aangeeft welke concrete verplichting moet worden nagekomen, binnen welke redelijke termijn dat moet gebeuren en dat schade voor rekening van de schuldenaar komt als nakoming binnen die termijn uitblijft. Wat een redelijke termijn is, hangt af van de omstandigheden: de aard van de prestatie, de duur en complexiteit van de werkzaamheden en de voorbereidingen die nodig zijn om te kunnen nakomen. Bovendien moet helder zijn welke prestatie precies nog wordt verlangd; een algemene klacht is niet genoeg.

Wanneer nakoming door de schuldenaar tijdelijk onmogelijk is of als uit de houding van de schuldenaar blijkt dat aanmaning nutteloos is, dan hoeft geen redelijke termijn te worden gegeven en volstaat de schuldeiser met een schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat hij voor het uitblijven van de nakoming aansprakelijk wordt gesteld.

Bovendien laten rechtspraak en literatuur ruimte om in bijzondere gevallen, mede uit oogpunt van redelijkheid en billijkheid, aan te nemen dat een ingebrekestelling achterwege mag blijven of dat het beroep op het ontbreken daarvan onaanvaardbaar is. De hoofdregel blijft echter dat een zakelijke partij zorgvuldig moet nagaan of een ingebrekestelling vereist is en hoe die moet worden vormgegeven.

Verder zijn er in de wet (art. 6:83 BW) situaties beschreven waarin verzuim intreedt zonder ingebrekestelling, zoals:

a) het verstrijken van een voor de voldoening bepaalde termijn zonder dat de verbintenis is nagekomen (ook wel fatale termijn genoemd)

b) wanneer de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis tekort zal schieten.

Belangrijk in B2B‑relaties is de “fatale termijn”. In beginsel geldt namelijk dat overeengekomen termijnen voor prestaties – met name expliciet afgesproken betalingstermijnen – als fataal moeten worden aangemerkt. Dat betekent dat als de termijn verstrijkt zonder correcte nakoming, de schuldenaar automatisch in verzuim raakt, dus zonder dat een ingebrekestelling nodig is. Toch kan uit de aard van de overeenkomst, de aard van de verplichting of andere omstandigheden volgen dat een termijn niet fataal is. Daarom is het in commerciële contracten verstandig om expliciet vast te leggen dat een bepaalde termijn als fatale termijn geldt, zodat daarover geen discussie kan ontstaan en u als ondernemer weet waar u aan toe bent.

Waarom is verzuim nu zo belangrijk? Op het moment dat de wederpartij in verzuim is, ontstaat voor de schuldeiser in beginsel de mogelijkheid om schadevergoeding te vorderen en in veel gevallen ook om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Anders gezegd: zonder verzuim is er vaak geen juridische basis om schade te claimen of het contract te beëindigen. Een correcte ingebrekestelling vormt dus vaak de sleutel tot vervolgstappen bij problemen in de nakoming van het contract dat u met de andere onderneming heeft.

Uitspraak rechtbank Rotterdam 31 juli 2025

De uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 31 juli 2025 illustreert dit in een geschil over de plaatsing van zonnepanelen. Een onderneming (A) had in opdracht van GSW zonnepanelen geïnstalleerd bij klanten van GSW. A had de afgesproken werkzaamheden uitgevoerd en hiervoor facturen gestuurd. Partijen waren een betalingstermijn van 14 dagen overeengekomen. Wanneer betaling door GSW uitblijft, start A een incassoprocedure. GSW voerde in de procedure aan dat zij haar betalingsverplichting mocht opschorten en schade op A kon verhalen wegens ondeugdelijk werk, zodat zij met haar tegenvordering kon verrekenen.

De rechtbank stelt voorop dat de betalingstermijn van 14 dagen als fatale termijn geldt. Doordat GSW niet tijdig betaalde, raakte zij automatisch in verzuim, zonder dat eerst een ingebrekestelling nodig was. Een partij die zelf in verzuim is, kan zich in beginsel niet met succes beroepen op opschorting. Wil GSW schade op A verhalen, dan moet juist A in verzuim zijn met betrekking tot zijn verplichting tot deugdelijke montage en herstel van gebreken. Daarvoor was in deze situatie een rechtsgeldige ingebrekestelling vereist: een duidelijke, schriftelijke aanmaning met een concrete omschrijving van de klachten en een redelijke termijn voor herstel.

GSW wees op een e‑mail van 3 februari 2023 als ingebrekestelling, maar de rechtbank oordeelde dat daarin geen redelijke hersteltermijn was opgenomen en dat A bovendien niet beschikte over de klantgegevens om herstel uit te voeren. Ook het argument dat ingebrekestelling zinloos zou zijn geweest, omdat A in een latere e‑mail aangaf eerst betaling te willen ontvangen, slaagt niet: A maakte daarmee gebruik van zijn opschortingsrecht en gaf juist aan bereid te zijn problemen op te lossen na betaling. De conclusie is dat GSW in verzuim is en A niet. GSW moet de openstaande facturen voldoen en kan geen schadevergoeding op A verhalen. Deze uitspraak benadrukt hoe belangrijk fatale (betalings)termijnen en correcte ingebrekestellingen zijn in B2B‑relaties.

Conclusie

Voor de praktijk zijn hier een aantal duidelijke lessen te trekken. Ten eerste: leg in B2B‑contracten zo concreet mogelijk vast welke termijnen gelden, of deze termijnen fataal zijn en welke gevolgen intreden bij niet-nakoming. Dit versterkt uw positie als schuldeiser én geeft duidelijkheid voor beide partijen. Ten tweede: beoordeel bij iedere tekortkoming van uw contractspartner of een ingebrekestelling nodig is om verzuim te laten ontstaan. Is dat het geval, zorg dan dat de ingebrekestelling voldoet aan de wettelijke eisen: schriftelijk, concreet, met een redelijke termijn voor nakoming en met een duidelijke aansprakelijkstelling voor schade bij uitblijven van nakoming. Ten derde: realiseer u dat uw mogelijkheden voor schadevergoeding en ontbinding in belangrijke mate afhangen van de vraag of de wederpartij in verzuim is, en of u zelf niet al in verzuim bent door bijvoorbeeld niet te betalen of anderszins niet te presteren.

Voor ondernemers, contractmanagers en directies is het daarom verstandig om bij problemen in een B2B‑relatie tijdig juridisch advies in te winnen. Verder kunnen een goed opgesteld contract, duidelijke algemene voorwaarden en een correcte ingebrekestelling het verschil maken in succes bij vervolgstappen.

Advies

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Onze advocaten staan klaar om u te adviseren! Neem contact op met een van onze advocaten via de mailtelefonisch of vul het contactformulier in voor een vrijblijvend eerste gesprek. Wij denken graag met u mee.


Over de auteur