Procederen over intellectueel eigendom: kiest u voor een kort geding of bodemprocedure?

Wanneer een conflict over intellectuele eigendomsrechten, zoals auteursrechten op software of merkrechten op uw bedrijfslogo, uit de hand dreigt te lopen, kan een juridische procedure noodzakelijk zijn om uw belangen te beschermen. Staat u voor de keuze om daadwerkelijk te gaan procederen, dan komt u al snel uit bij twee mogelijkheden: een kort geding of een bodemprocedure. In dit artikel vertel ik u het verschil tussen deze procedures en welke kosten en tijdsduur u kunt verwachten.

Wat is een kort geding?

Een kort geding is een procedure die wordt ingezet bij spoedeisende geschillen over intellectuele eigendomsrechten. Deze procedure is vooral geschikt wanneer u direct wilt optreden tegen een inbreuk op uw IE-rechten en verdere schade wilt voorkomen.

Nadat een kort geding is gestart, wordt ernaar gestreefd om binnen zes weken een zittingsdatum vast te stellen. Tijdens deze zitting behandelt de rechter – ook wel de voorzieningenrechter genoemd – de zaak. Meestal volgt de uitspraak vervolgens binnen twee weken na de zitting. De voorzieningenrechter kan alleen een tijdelijke maatregel opleggen, zoals een verbod op het gebruik van een merk, het staken van de verkoop van namaakproducten of het verwijderen van inbreuk makende content.

Het is belangrijk om te beseffen dat de uitspraak in een kort geding altijd voorlopig is en slechts geldt tot er een definitieve beslissing wordt genomen in een eventuele bodemprocedure. De voorzieningenrechter beoordeelt niet definitief of er daadwerkelijk sprake is van een inbreuk, maar kijkt of het aannemelijk is dat een tijdelijke maatregel noodzakelijk is. Er is in deze procedure geen ruimte voor een uitgebreid en diepgaand onderzoek, en ook een schadevergoeding kan niet worden toegekend. Voor een bindende uitspraak en een eventuele schadevergoeding moet u na het kort geding een bodemprocedure starten.

Daarnaast geldt dat u voor een kort geding een spoedeisend belang moet hebben bij de gevraagde maatregel. Dit betekent dat u niet kunt wachten op de uitkomst van een langdurige bodemprocedure. Er is meestal sprake van een spoedeisend belang wanneer de inbreuk op uw intellectuele eigendomsrechten aanhoudt en het noodzakelijk is om direct in te grijpen.

Wat is een bodemprocedure?

Een bodemprocedure is de reguliere rechtszaak waarin de rechter een definitief oordeel geeft over het geschil. Deze procedure is vooral geschikt wanneer u behoefte heeft aan een duurzame oplossing en er geen sprake is van spoedeisendheid. Anders dan bij een kort geding, hoeft u geen spoedeisend belang aan te tonen om een bodemprocedure te starten.

Vaak wordt een bodemprocedure gestart nadat een kort geding is afgerond, of wanneer de wederpartij de inbreuk na uw sommatie heeft beëindigd—bijvoorbeeld door de inbreuk makende producten onder protest offline te halen. U kunt dan alsnog kiezen voor een bodemprocedure als u vreest dat de producten later opnieuw online verschijnen, of wanneer u schadevergoeding wilt claimen over de periode dat de producten online stonden.

Een belangrijk verschil met het kort geding is dat er in een bodemprocedure volop ruimte is om alle argumenten en bewijsmaterialen uitgebreid te presenteren en te laten beoordelen. Partijen krijgen bijvoorbeeld ruimere deadlines voor het indienen van hun processtukken en kunnen getuigen doen horen. Houd er rekening mee dat deze procedure daarom langer duurt dan een kort geding. Afhankelijk van de complexiteit van de zaak en de beschikbaarheid bij de rechtbank kan de doorlooptijd variëren van enkele maanden tot zelfs enkele jaren.

Wat kost een kort geding of bodemprocedure?

De kosten van een juridische procedure over intellectuele eigendomsrechten kunnen sterk uiteenlopen. Voor een kort geding moet u doorgaans rekenen op een bedrag tussen de € 6.000 en € 25.000 exclusief BTW. Dit is inclusief advocaatkosten, griffierecht en eventuele kosten voor een deurwaarder. Een bodemprocedure is aanzienlijk duurder; de kosten liggen meestal tussen de € 8.000 en € 40.000 exclusief BTW. Let op dat deze indicaties niet gelden voor procedures over octrooien de bedragen voor dergelijke procedures liggen doorgaans hoger.

Het is belangrijk om te beseffen dat deze bedragen slechts indicaties zijn. De uiteindelijke kosten hangen vooral af van de complexiteit van de zaak. Factoren die van invloed zijn op de kosten zijn onder andere het aantal en de omvang van de bewijsstukken, het instellen van een tegeneis door de wederpartij, het inschakelen van deskundigen en het nemen van aanvullende maatregelen, zoals het leggen van beslag op goederen of bankrekeningen. Besluit u of uw wederpartij om na een uitspraak in hoger beroep te gaan? Dan zullen de kosten nog verder toenemen.

Proceskostenregeling bij IE-rechten

Bij geschillen over intellectuele eigendomsrechten geldt een bijzondere proceskostenregeling. Anders dan in andere civiele procedures, kan de verliezende partij in IE-zaken verplicht worden om een deel van de daadwerkelijke proceskosten van de winnende partij te vergoeden. De rechter bepaalt uiteindelijk welk bedrag redelijk is om toe te kennen. Hierdoor kunnen de financiële risico’s van procederen aanzienlijk toenemen, zowel voor eisers als voor gedaagden. Stel dat u zelf € 10.000 aan kosten maakt voor de procedure en u verliest de zaak, dan loopt u het risico dat u boven op uw eigen kosten ook nog eens de proceskosten van de tegenpartij moet betalen, die eveneens kunnen oplopen tot bijvoorbeeld € 10.000.

Laat u dus vooraf goed informeren over de mogelijke kosten en risico’s van procederen. Een gespecialiseerde IE-advocaat kan samen met u inschatten wat in uw situatie te verwachten is en welke strategie het beste past bij uw belangen.


Over de auteur

Britt Beumer

Intellectueel Eigendom & It- en ICT recht