Geen auteursrecht op software?!

“Waar software is – daar is auteursrecht”. Althans, daar denk je al snel aan als het gaat om ongeoorloofd gebruik en inbreuk erop. Daar ging het geschil ook over tussen BX als softwareleverancier en CST als producent van o.a. opslagtanks en silo’s in de olie- en gasindustrie. Partijen werkten eerst samen maar kregen ruzie en hadden over en weer claims op elkaar. In dat kader heeft partij BX haar ICT-werkzaamheden verricht voor CST. Dat bestond uit het ontwikkelen en onderhouden van een softwareprogramma waarmee het ontwerp en de berekening van de vereisten voor daken van opslagtanks werd geautomatiseerd. Verschillende bestaande computerprogramma’s werden onderling gekoppeld; er ontstond een output uitwisseling en dat werkte veel efficiënter.

Claim op auteursrecht

Eén van de claims van BX was dat CST niet langer de software zonder toestemming van BX te gebruiken of te bewerken. BX beriep zich op haar auteursrecht op de door haar ontwikkelde software. Je zou denken dat de ontwikkelaar toch ook de auteursrechten heeft. Maar goed dan is het wel fijn als je weet wat je toetsen moet om van een ‘auteursrechtelijk werk’ te spreken.

De werktoets

Dus de rechter wilde horen of de software – als ‘werk’ – een eigen, oorspronkelijk karakter had en ook het persoonlijk stempel van de maker droeg? Dat wil zeggen dat het een eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk is. Dat heet de werktoets. Maar was daaraan voldaan? Zo moest de R’damse rechter beslissen in haar vonnis van 15 oktober 2025 – C/10/681761 / HA ZA 24-576).  

Geen grondslag voor de vordering op auteursrecht

BX moest bekennen dat haar IT-werkzaamheden voornamelijk bestonden uit het instellen van parameters en het aanpassen van instellingen van bestaande softwareapplicaties. Dat kon volgens CST – als gebruiker van het softwareprogramma – maar op één manier ontwikkeld worden. En dat de software zou niet anders zijn geweest als een andere programmeur het had gemaakt. BX heeft op de zitting desgevraagd bevestigd dat het niet op een andere manier kan. Dus van vrije en creatieve keuzes bij het vormgeven van het werk – een interface – kon dus geen sprake zijn. Dan ontbreekt dus een grondslag voor de vordering op grond van het auteursrecht.

Wat ook niet meehielp was dat BX de interface al gefactureerd had en niet duidelijk kon worden gemaakt of CST nog een afzonderlijke vergoeding voor gebruik verschuldigd zou zijn, te meer de broncode al vóórafgaande aan de samenwerking met CST was verstrekt. Om die reden faalden ook de grondslagen voor onrechtmatige daad of ongerechtvaardigde verrijking. Welk ’huiswerk’ had er dan vooraf moet worden gedaan? Zie hier een serie relevante voorvragen.

Relevante voorvragen m.b.t. auteursrecht op software

  1. Is er sprake van software? Deze kent veelal broncodes; dat zijn de voor programmeurs leesbare commando’s. Die leiden naar ‘objectcodes’: dat zijn de voor computers leesbare nullen en enen.
     
  2. Zijn er daarnaast concreet uitgewerkte technische documenten?
  3. Gaat het om meer gaan dan enkel een idee (“app om afspraken te plannen”) of wensenlijst?
  4. Zit er eigen creativiteit in?
  5. Is er duidelijk eigen “stijl” te zien in de software, dus eigen keuzes in opbouw en structuur.
  6. Is er een eigen manier van functies uitwerken? Dus dingen die je niet precies zo zou krijgen als iemand anders het helemaal zelf, vanaf nul, zou maken.
  7. Ben je of is je bedrijf zelf de feitelijke maker? Is dat een werknemer als softwareontwikkelaar of toch een freelancer/ zzp’er houder van de auteursrechten die alsnog die rechten zou moeten overdragen als hij/zij daarvoor is uitgenodigd?  Dan komen arbeids- of opdrachtovereenkomsten in beeld voor toetsing,
  8. En waar staat de software? In Github? Hoe is het versiebeheer; zijn er tijdstempels, back-ups, e-mails of andere documenten over de ontwikkeling?
  9. Is er echt gekopieerd, en niet alleen “hetzelfde idee”? Lijkt de software van de ander niet alleen qua idee, maar ook echt qua uitwerking?
  10. Heb je materiaal om goed te vergelijken?  Is er eventueel een rapport of uitleg van een technische expert die de gelijkenissen helder maakt (partijdeskundige)?
  11. Had de ander toegang tot jouw software? Heeft de andere partij jouw software of documentatie kunnen zien. Of was er sprake van co-development?

Vragen?

Heeft u vragen over auteursrecht op software of heeft u andere juridische vragen over intellectueel eigendom? Onze gespecialiseerde advocaten staan u graag te woord. U kunt ons bereiken via mailtelefoon of via het contactformulier.


Over de auteur

Bert Gravendeel

Intellectueel Eigendom & It- en ICT recht